ECLI:NL:PHR:2007:AW3875
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ondernemerschap publiekrechtelijk lichaam bij incidentele verkoop onroerende zaak
In deze zaak staat centraal of een publiekrechtelijk lichaam, hier het Waterschap Zeeuws Vlaanderen (WZV), bij de verkoop van een gebruikte rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) als ondernemer moet worden aangemerkt voor de omzetbelasting. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) over het recht op herziening van voorbelasting en de kwalificatie van het handelen van het waterschap.
Het HvJEG heeft geoordeeld dat een publiekrechtelijk lichaam dat een investeringsgoed als overheid aanschaft en dit later als belastingplichtige verkoopt, geen recht heeft op herziening van de betaalde omzetbelasting. De Hoge Raad stelt vast dat de RWZI deels is gebruikt voor economische activiteiten, met name de kamerfilterpers voor slibverwerking voor andere waterschappen, en dat het waterschap in die hoedanigheid als ondernemer kan worden beschouwd.
De Hoge Raad concludeert dat het waterschap het recht heeft om te opteren voor een belaste levering van de RWZI en dat het verzoek om vrijstelling van omzetbelasting op te heffen gegrond is. Wel is het recht op herziening beperkt tot het deel van de RWZI dat voor economische activiteiten is gebruikt. De zaak wordt verwezen naar een Gerechtshof voor de vaststelling van het bedrag van de herzieningsbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat het publiekrechtelijk lichaam als ondernemer handelt bij de levering van de RWZI en het verzoek om vrijstelling van omzetbelasting op te heffen gegrond is.