ECLI:NL:HR:2002:AD9564
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- J.L.M. Urlings
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over schadeloosstelling onteigening bedrijfsruimte en bovenwoning
De zaak betreft de onteigening van een bedrijfsruimte en een bovenwoning in 's-Gravenhage, eigendom van eiser. De Rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op f 282.500, inclusief de waarde van de bedrijfsruimte en woning, en stelde dat bijkomende schade nihil was. Eiser betwistte dit en stelde dat er inkomensschade en schade door verlies van verhuurmogelijkheden was.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank terecht heeft vastgesteld dat de eerste verdieping van de bovenwoning door eiser zelf werd bewoond en dat de schadeloosstelling voor het verlies van woongenot gebaseerd mag worden op huur van vervangende woonruimte. De Hoge Raad wijst erop dat de Rechtbank de standpunten van partijen en deskundigen correct heeft gevolgd en voldoende heeft gemotiveerd.
Echter, de Hoge Raad vindt dat de Rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de inkomensschade door verlies van bedrijfsruimte en stallingsruimte niet volledig is vergoed, met name over de dubbele verrekening van rente en het nalaten van vergoeding voor stallingsruimte. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom geen kosten van wederbelegging worden toegekend. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en verwijst de zaak naar het Gerechtshof voor nader onderzoek en beslissing over deze schadeposten.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof voor nader onderzoek en beslissing over bijkomende schade.