ECLI:NL:HR:2001:ZC8023
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over dubbele belasting bij buitengaats werk in VK en VS
Belanghebbende, werkzaam als bedrijfsjurist bij een Nederlandse vennootschap die olie- en gasplatforms transporteert en installeert, kreeg voor 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd zonder vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Na bezwaar en beroep bij het Hof, dat de aanslag handhaafde, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de fictieve vaste inrichtingen in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar belanghebbende buitengaats werkzaamheden verrichtte, kwalificeren als vaste inrichtingen in de zin van de belastingverdragen. Het Hof had dit ontkennend beantwoord, waardoor belanghebbende geen aftrek kreeg.
De Hoge Raad oordeelde dat de fictieve vaste inrichtingen wel degelijk onder het begrip vaste inrichting vallen zoals bedoeld in de verdragen en dat de artikelen van de verdragen die deze fictieve vaste inrichtingen regelen, niet uitsluiten dat deze worden beschouwd als vaste inrichtingen voor toepassing van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het Hof en de Inspecteur, stelde de aanslag bij tot een belastbaar inkomen met aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, en veroordeelde de Staatssecretaris en Inspecteur in de proceskosten. Hiermee werd de belastingheffing op het salaris van belanghebbende dat aan de fictieve vaste inrichtingen werd toegerekend, correct behandeld volgens de verdragsbepalingen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de eerdere uitspraken vernietigd.