ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7937
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek dubbele belasting voor werkzaamheden niet buitengaats verricht
Belanghebbende, werkzaam als bedrijfsjurist bij een Nederlandse werkgever met vaste inrichtingen in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, voerde werkzaamheden uit in deze landen. Hij vorderde aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over het deel van zijn loon dat aan deze werkzaamheden werd toegerekend. De inspecteur weigerde deze aftrek.
Het hof overwoog dat de vaste inrichtingregeling in de belastingverdragen met het VK en de VS alleen toepassing vindt indien de werkzaamheden buitengaats worden verricht. Belanghebbende heeft echter verklaard dat hij zijn werkzaamheden voornamelijk in Nederland verrichtte en slechts kortdurend in het buitenland was. Hierdoor voldoet hij niet aan de voorwaarden van de verdragsartikelen die aftrek mogelijk maken.
Het hof verwierp de interpretatie van belanghebbende dat de fictieve vaste inrichting ook voor hem aftrekrecht zou creëren. De bijzondere regeling voor buitengaatse werkzaamheden in artikel 27 van Pro het Verdrag met de VS is niet van toepassing op niet-buitengaatse werkzaamheden. Ook de regeling in het Verdrag met het VK werd overeenkomstig uitgelegd.
Gelet hierop verklaarde het hof het beroep ongegrond en bevestigde de bestreden uitspraak van de inspecteur. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt ongegrond verklaard.