ECLI:NL:HR:2001:AD4504
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savorin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over gelding en beperking concurrentiebeding na ontbinding arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever over de gelding en reikwijdte van een concurrentiebeding na ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer was op non-actief gesteld en wilde het concurrentiebeding niet naleven, terwijl de werkgever dit wel eiste.
De Kantonrechter beperkte het concurrentiebeding in tijd en gebied en weigerde een vergoeding toe te kennen. De Rechtbank vernietigde deze beperking deels en oordeelde dat de werknemer zich niet meer kon beroepen op het niet van toepassing zijn van het beding, wat de werknemer aanvocht in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank haar oordeel onvoldoende had gemotiveerd en dat het voor partijen in beginsel vrijstaat om de gelding van het concurrentiebeding aan de orde te stellen zolang daarover geen bindend oordeel is gegeven. Het arrest vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof voor verdere behandeling.