ECLI:NL:PHR:2002:AE1542
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsverzekering en beëindiging bij verplichte WAO-verzekering
Verweerder sloot in 1976 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij Nationale-Nederlanden. In mei 1991 trad hij in dienst bij een vennootschap, waarna hij arbeidsongeschikt werd door een hartaanval. Nationale-Nederlanden beëindigde de verzekering met terugwerkende kracht per datum indiensttreding, omdat verweerder verplicht WAO-verzekerd was geworden en dit niet had gemeld.
De bestuursrechter oordeelde dat verweerder al vóór de verplichte WAO-verzekering arbeidsongeschikt was, waardoor hij geen WAO-uitkering kreeg. Het hof stelde vast dat verweerder reeds vóór de verplichte verzekering arbeidsongeschikt was en oordeelde dat Nationale-Nederlanden de verzekering niet mocht beëindigen en misbruik van bevoegdheid had gemaakt.
De Hoge Raad bevestigde dat de verzekering niet van rechtswege vervalt bij verplichte WAO-verzekering en dat Nationale-Nederlanden zich aan het oordeel van de bestuursrechter moest conformeren. Ook was de late melding van arbeidsongeschiktheid door verweerder in de gegeven omstandigheden niet verwijtbaar. Het beroep van Nationale-Nederlanden op beëindiging van de verzekering werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Nationale-Nederlanden wordt verworpen; de verzekering blijft ongewijzigd van kracht.