ECLI:NL:GHLEE:2008:BF3362
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Rowel
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring en stuiting boetebeding concurrentiebeding
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de vordering tot betaling van een boete uit een concurrentiebeding is verjaard. [Appellant] was werknemer bij Vandijke en had een concurrentiebeding met boetebepaling ondertekend. Na beëindiging van het dienstverband trad hij in dienst bij een concurrent, waarna Vandijke een procedure startte tot nakoming van het concurrentiebeding en betaling van boetes.
De kantonrechter had de vordering van Vandijke toegewezen, maar in hoger beroep betwistte [appellant] de ontvankelijkheid en stelde dat de vordering verjaard was. Het hof stelde vast dat de verjaringstermijn begon te lopen op de datum van dagvaarding in kort geding in 1997, maar dat Vandijke pas in 2006 tot betaling dagvaardde. Vandijke stelde dat haar processtukken in eerdere procedures de verjaring hadden gestuit, maar het hof oordeelde dat dit onvoldoende was gemotiveerd en dat deze stukken niet duidelijk maakten dat zij aanspraak op de boete bleef maken.
Het hof benadrukte dat het concurrentiebeding ook aanspraken op schadevergoeding naast de boete bevatte, en dat het verzet tegen wijziging van het beding niet automatisch betekent dat de boeterechten werden behouden. Omdat Vandijke onvoldoende had aangetoond dat zij de verjaring tijdig had gestuit, verklaarde het hof de vordering verjaard en wees deze af. Tevens werd Vandijke veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Vandijke tot betaling van boetes uit het concurrentiebeding is verjaard en wordt afgewezen.