ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1722
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.W. van Rijkom
- M.H. van Coeverden
- S.W. Kuip
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid werknemer voor schade bedrijfsauto na rijden onder invloed
De zaak betreft een geschil tussen Hekbouw B.V. en haar werknemer over de aansprakelijkheid voor schade aan een geleasede bedrijfsauto die de werknemer op 14 juli 2001 in België total loss reed onder invloed van alcohol. De werknemer werd strafrechtelijk veroordeeld voor rijden onder invloed en op staande voet ontslagen. Later werd een beëindigingsovereenkomst gesloten met een finale kwijtingsclausule.
Hekbouw stelde de werknemer aansprakelijk voor de schade van € 8.168,04 en baseerde haar vordering op artikel 7:661 BW Pro en onrechtmatige daad. De werknemer verscheen niet in hoger beroep, en verstek werd verleend. Het hof onderzocht of de vordering ondanks de kwijtingsclausule en de vervaltermijn in de CAO toewijsbaar was.
Het hof oordeelde dat de finale kwijtingsclausule en de overschrijding van de schriftelijke mededelingsplicht binnen een maand na constatering van de schade (artikel 25 lid 2 CAO Pro) de vordering van Hekbouw blokkeren. Hoewel de werknemer onder invloed was en een onrechtmatige daad pleegde, strandt de vordering op deze contractuele en wettelijke bepalingen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Breda en veroordeelde Hekbouw in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Hekbouw tot schadevergoeding wordt afgewezen vanwege de finale kwijtingsclausule en overschrijding van de CAO-vervaltermijn.