ECLI:NL:HR:2001:AB0286
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Premieplicht volksverzekeringen bij detachering naar het buitenland in 1995
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en in 1995 gedetacheerd naar het Verenigd Koninkrijk, was onderwerp van een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Inspecteur had de aanslag na bezwaar verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat belanghebbende niet premieplichtig was voor de volksverzekeringen.
In cassatie stond centraal of belanghebbende premies volksverzekeringen verschuldigd was. De Hoge Raad stelde vast dat de nationale regeling (artikel 10, lid 1, BUB 1989) die premieplicht uitsloot bij langdurige arbeid in het buitenland, onverenigbaar was met Verordening 1408/71 van de Europese Gemeenschappen. Hierdoor bleef de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving op belanghebbende van toepassing.
De Hoge Raad verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde dat hij premieplichtig was voor de volksverzekeringen in 1995. De Wet verduidelijking verzekerings- en premieplicht was niet relevant voor de beoordeling. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende in 1995 premieplichtig was voor de volksverzekeringen ondanks detachering naar het buitenland.