ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4077
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- J.P.F. Slijpen
- A.P.M. Van Rijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen te hoge WOZ-waarde sportcomplex in aanbouw
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van een sportcomplex in aanbouw voor de jaren 2004, 2005 en 2006. De heffingsambtenaar baseerde de grondwaarde deels op de afkoopsom van de erfpacht, terwijl belanghebbende stelde dat de uitgifteprijzen van vergelijkbare grond een betere waardebepaling vormden.
De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard, maar het Hof oordeelde dat voor 2004 de uitgifteprijzen op 1 januari 1999 een betere afspiegeling van de WOZ-waarde zijn dan de afkoopsom, die onvoldoende onderbouwd was. Voor 2005 en 2006 was de afkoopsom een zakelijke transactie en een betere waardebepaling dan de uitgifteprijzen. De motivering van de bezwaarbesluiten voor deze jaren was echter ondeugdelijk, waardoor de inspecteur in de proceskosten werd veroordeeld.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bezwaarbesluit voor 2004, stelde de waarde van de grond op € 1.575.183 vast, en verklaarde de beroepen voor 2005 en 2006 ongegrond. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende.
De zaak benadrukt het belang van een goede onderbouwing van WOZ-waarden en de mogelijkheid om uitgifteprijzen als waardemaatstaf te gebruiken wanneer de afkoopsom niet representatief is. Het Hof handhaafde vaste jurisprudentie dat zakelijke transacties zoals afkoop van erfpacht als waardebepaling gelden, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is.
Uitkomst: WOZ-waarde voor 2004 wordt verlaagd naar € 1.575.183, beroepen 2005 en 2006 ongegrond, heffingsambtenaar veroordeeld in proceskosten.