ECLI:NL:GHAMS:2013:3996
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning op €503.000 na hoger beroep
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, gelegen op erfpachtgrond, en stelde dat deze te hoog was vastgesteld op €503.000. Hij voerde aan dat de waarde op €400.000 had moeten worden vastgesteld, onder meer op basis van vraagprijzen en lagere WOZ-waarden van vergelijkingsobjecten.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat de heffingsambtenaar voldoende had bewezen dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede op basis van een vergelijkingsmethode met gerealiseerde transactieprijzen van vergelijkbare woningen. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof overwoog dat de heffingsambtenaar de bewijslast droeg en dat vraagprijzen geen gewicht konden krijgen bij de waardebepaling. Het Hof achtte de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en vond de erfpachtcorrectie van het vergelijkingsobject juist toegepast. Ook de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van eerdere peildata was niet relevant voor de beoordeling van de juistheid van de waardestelling.
Uiteindelijk concludeerde het Hof dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde van €503.000 niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €503.000 wordt bevestigd.