ECLI:NL:HR:2000:AA8315
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing van artikel 16 Wet IB 1964 bij emigratie van vennootschap met vervangingsreserve
Belanghebbende, een BV, verplaatste eind 1990 haar feitelijke leiding van Nederland naar de Nederlandse Antillen. De Inspecteur stelde dat de vervangingsreserve, gevormd uit boekwinst op een Nederlandse onroerende zaak, volgens artikel 16 Wet Pro IB 1964 tot de belastbare winst moest worden gerekend omdat belanghebbende was opgehouden in Nederland belastbare winst te genieten. Het Hof bevestigde dit standpunt en wees het beroep van belanghebbende af.
Belanghebbende stelde in cassatie dat artikel 16 Wet Pro IB 1964 niet van toepassing zou zijn op lichamen zonder materiële onderneming en dat de vervangingsreserve niet tot de winst gerekend mocht worden. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het Hof en vermindering van de aanslag.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 16 Wet Pro IB 1964 ook van toepassing is op vennootschappen zonder materiële onderneming en dat de fiscale eenheid niet leidt tot een eindafrekening. Wel achtte de Hoge Raad dat de vervangingsreserve op de Nederlandse onroerende zaak niet tot de belastbare winst behoorde omdat belanghebbende na emigratie nog inkomsten uit die zaak kon genieten volgens de Belastingregeling voor het Koninkrijk. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond maar vernietigde het Hofarrest en de aanslag, en bepaalde een vermindering van de aanslag tot een lager belastbaar bedrag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, het arrest van het Hof en de aanslag vernietigd, en de aanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 595.880.