ECLI:NL:HR:2000:AA4055
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitsluiting aftrek omzetbelasting voor terbeschikkingstelling personenauto’s
Belanghebbende, een fiscale eenheid, had over december 1997 omzetbelasting betaald en verzocht om teruggaaf van een deel daarvan. De Inspecteur weigerde teruggaaf, waarna het Hof het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De zaak betrof de toepassing van de regels omtrent de aftrek van omzetbelasting op personenauto’s die ter beschikking werden gesteld aan vennoten, semi-vennoten en werknemers. De Hoge Raad beoordeelde of de nationale bepalingen, waaronder artikel 15 van Pro de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 en het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968, in strijd waren met de Europese Zesde richtlijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitsluiting van aftrek niet in strijd is met de Zesde richtlijn, mede gelet op eerdere arresten van het Hof van Justitie. De wijzigingen in de nationale regelgeving veranderden de strekking van de aftrekbeperking niet. Het beroep werd verworpen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de weigering tot teruggaaf van omzetbelasting blijft gehandhaafd.