ECLI:NL:PHR:2004:AO3176
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitsluiting aftrek omzetbelasting op verhuis- en opslagkosten expatwerknemers
Deze zaak betreft de vraag of een ondernemer de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting op verhuis- en opslagkosten van persoonlijke inboedels van haar buitenlandse werknemers die naar Nederland worden overgeplaatst, mag aftrekken. De belanghebbende, een chemisch bedrijf, vergoedt deze kosten en trekt de omzetbelasting af. De Belastingdienst heeft dit nageheven en naheffingsaanslagen opgelegd.
Het Hof stelde vast dat de verhuizers hun diensten niet aan de belanghebbende, maar aan de werknemers hebben verricht, en dat de diensten werden gebruikt voor persoonlijke doeleinden van de werknemers. Daarom werd de aftrek van de omzetbelasting uitgesloten op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA). De belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof onvoldoende had onderzocht tot wie de rechtsbetrekking met de verhuizers bestond en onvoldoende rekening had gehouden met het zakelijke belang van de onderneming.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de diensten aan de werknemers waren verricht en dat de aftrek op grond van het BUA terecht was uitgesloten. Wel achtte de Hoge Raad het oordeel van het Hof over bijzondere omstandigheden wegens de behoeften van de onderneming onvoldoende gemotiveerd en verwees de zaak voor nader feitelijk onderzoek terug. Het oordeel over het besparingsargument werd bevestigd als niet doorslaggevend. De zaak draait om de toepassing van Europese richtlijnen en jurisprudentie, waaronder het Fillibeck-arrest, op de aftrek van omzetbelasting bij personeelsvoorzieningen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nader feitelijk onderzoek naar bijzondere omstandigheden voor aftrek omzetbelasting.