ECLI:NL:HR:1999:AA3829
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fusiefaciliteit bij aandelenruil en belastingfraude
Belanghebbende, een advocaat en voormalig directeur en enig aandeelhouder van A B.V., wenste zijn aandelen in D B.V. (voorheen A B.V.) over te dragen aan een op te richten houdstervennootschap via een aandelenruil. Deze transactie zou normaal gesproken leiden tot heffing van inkomstenbelasting, maar belanghebbende deed een beroep op de fusiefaciliteit om belastinguitstel te verkrijgen.
De Inspecteur weigerde dit verzoek, stellende dat sprake was van belastingfraude of -ontgaan. Het Hof oordeelde echter dat het hoofddoel van de herstructurering niet was om belastingheffing te ontduiken, maar om zakelijke belangen te beschermen, zoals het voorkomen van excessieve schadeclaims. Het Hof concludeerde dat de aandelenruil voldeed aan de voorwaarden van artikel 14b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en stelde dat ook indien zakelijke motieven ontbreken, de fusiefaciliteit kan worden toegepast zolang belastingontwijking niet het hoofddoel is. De Hoge Raad verwierp het beroep en legde geen proceskosten op.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aandelenruil voldoet aan de fusiefaciliteit zonder dat belastingontwijking het hoofddoel is.