ECLI:NL:PHR:2011:BN8066
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over weigering fiscale faciliteiten bij bedrijfsfusie en schadevergoeding
Deze zaak betreft een verzoek om schadevergoeding door belanghebbende wegens de weigering van de Inspecteur om een begunstigende beschikking te verlenen voor een bedrijfsfusie tussen belanghebbende en B Beheer B.V., onderdeel van een bedrijfsoverdracht van vader op zoon. De bedrijfsfusie had tot doel de panden a-straat 1 en 2 in één onderneming samen te brengen, waarbij fiscale faciliteiten werden gevraagd op grond van artikel 14 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De Inspecteur weigerde de beschikking omdat de bedrijfsfusie in overwegende mate was gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, met name overdrachtsbelasting en vennootschapsbelasting. Het Hof Den Haag stelde vast dat de omweg van de bedrijfsfusie uitsluitend antifiscaal was ingegeven. Het Hof oordeelde dat de bedrijfsfusie niet op zakelijke overwegingen berustte en dat de faciliteiten terecht werden geweigerd.
De zaak werd prejudicieel voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat oordeelde dat de Fusierichtlijn (90/434/EEG) niet ziet op overdrachtsbelasting en dat fiscale faciliteiten niet mogen worden geweigerd vanwege het ontgaan van een belasting buiten de werkingssfeer van de richtlijn. De Hoge Raad concludeert dat de weigering van de beschikking onrechtmatig was, maar dat de door belanghebbende betaalde overdrachtsbelasting geen schade vormt die voortvloeit uit die onrechtmatigheid, omdat fraus legis toepassing op de overdrachtsbelasting bij uitvoering van de constructie heffing zou rechtvaardigen.
Daarnaast onderzoekt de Hoge Raad of het Richtlijnvoordeel (uitstel van vennootschapsbelasting) had kunnen worden geweigerd wegens oneigenlijk uitstel. De Hoge Raad overweegt dat het uitstel niet in strijd is met doel en strekking van de Fusierichtlijn en dat weigering van het voordeel willekeurig en disproportioneel zou zijn geweest. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en kent een forfaitaire proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en kent een forfaitaire proceskostenvergoeding toe.