ECLI:NL:HR:1999:AA2852
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing landbouwvrijstelling bij bestemmingswijziging grond met woning
Belanghebbende exploiteerde een tuinbouwbedrijf en verkocht in 1993 een deel van zijn grond die een agrarische bestemming had, welke door een bestemmingsplanwijziging woonbestemming kreeg. De niet verkochte grond met woning en warenhuis werd naar privévermogen overgebracht.
Het geschil betrof of de waardestijging van de grond door de bestemmingswijziging onder de landbouwvrijstelling van artikel 8, lid 1, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 viel. Het hof oordeelde dat de woning ondanks de woonbestemming geen andere aanwending had gekregen en dat de waardestijging daarom onder de vrijstelling viel.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris, oordeelde dat de stelling dat de grond onttrokken was aan landbouwgebruik een feitelijke beoordeling vergt die in cassatie niet kan plaatsvinden, en bevestigde dat wonen binnen een agrarische bestemming niet anders is dan wonen binnen een woonbestemming. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de landbouwvrijstelling wordt bevestigd.