ECLI:NL:GHAMS:2011:BU1563
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Landbouwvrijstelling bij verkoop perceel grasland met agrarische bouwmogelijkheid
Belanghebbende verkocht een perceel grasland dat volgens het bestemmingsplan onder voorwaarden de bestemming nieuwe agrarische bouwstede kon verkrijgen. De verkoopprijs bedroeg €140.000, terwijl de waarde als onbebouwd grasland €11.500 was. De inspecteur nam het verschil van €128.500 als belastbare winst aan, omdat de waardestijging deels werd toegerekend aan de ondergrond van een mogelijke bedrijfswoning, waarvoor de landbouwvrijstelling niet geldt.
Het Hof stelde vast dat de waardestijging door de mogelijkheid tot het bouwen van agrarische schuren en schuurkassen wel onder de landbouwvrijstelling valt, maar dat de waardestijging door de ondergrond van een (mogelijk) te bouwen bedrijfswoning niet is vrijgesteld. Belanghebbende had aannemelijk gemaakt dat de waarde van het perceel zonder de mogelijkheid tot het bouwen van een bedrijfswoning €100.000 bedroeg, zodat €40.000 van de verkoopprijs niet onder de vrijstelling viel.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde het belastbaar inkomen uit werk en woning op €6.382, verminderd met het bedrag dat toe te rekenen is aan de bedrijfswoninggrond. Tevens werd de aanslag en de heffingsrente naar evenredigheid verminderd. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is op waardestijgingen die voortvloeien uit de mogelijkheid tot het bouwen van een agrarische bedrijfswoning, ook als deze nog niet is gerealiseerd, conform eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
De procedure omvatte een gedetailleerde beoordeling van het bestemmingsplan, taxatierapporten en het toepasselijke fiscale beleid, waarbij het Hof de bewijslast bij belanghebbende legde en de inspecteur niet slaagde in het leveren van tegenbewijs.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd en het belastbaar inkomen vastgesteld op €6.382, met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.