ECLI:NL:HR:1999:AA2775
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg 'onttrekken' aan regeling extern douanevervoer bij omzetbelasting
X B.V. werd door de Inspecteur uitgenodigd tot betaling van omzetbelasting over melkpoederpartijen die in 1993 uit Litouwen via Duitsland naar Nederland werden vervoerd onder douanevervoerregelingen. De goederen waren bestemd voor Portugal, maar werden in Duitsland omgeladen en vervolgens Nederland binnengebracht, waarbij de douaneformaliteiten werden doorbroken. De Inspecteur stelde dat sprake was van onttrekking aan de douaneregeling in Nederland, waardoor omzetbelasting verschuldigd werd.
Het Gerechtshof Arnhem bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de onttrekking in Nederland had plaatsgevonden. X B.V. stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad overwoog dat de vraag wanneer en waar sprake is van onttrekking aan de regeling voor extern douanevervoer een uitleg van communautaire bepalingen vereist.
Daarom verzocht de Hoge Raad het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële beantwoording van vragen omtrent de definitie van 'onttrekken' en de plaats waar dit plaatsvindt, met name of dit het moment is van de eerste onregelmatige handeling, het lossen zonder douaneaangifte, of het geheel van onregelmatige handelingen. De procedure werd geschorst in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de uitleg van 'onttrekken' aan de regeling voor extern douanevervoer.