ECLI:NL:CBB:2003:AO1019
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar landbouwheffing wegens vermeende termijnoverschrijding
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder waarin haar bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling (utb) van landbouwheffing niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Verweerder stelde dat het besluit op 11 september 1997 aan appellante was verzonden, waardoor de termijn was verstreken. Appellante betwistte de ontvangst en stelde dat zij het besluit pas in mei 1998 ontving.
Het College onderzocht de bewijsvoering van verweerder omtrent de verzending. Uit het dossier bleek dat de utb in acht afzonderlijke enveloppen via de reguliere post zou zijn verzonden, maar er was geen bewijs van aangetekende verzending of correcte postkamerafhandeling. De stelling dat ook andere schuldenaren tijdig hun utb ontvingen, was onvoldoende om de verzending aan appellante aan te nemen.
Het College oordeelde dat de verzending niet aannemelijk was gemaakt en dat de bezwaartermijn pas begon te lopen na de ontvangst van de kopie van de utb op 19 mei 1998. Het bezwaar van appellante was daarom tijdig ingediend. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van tijdige verzending van de uitnodiging tot betaling.