ECLI:NL:HR:1998:AA2413
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing navordering na verlopen termijn zonder duidelijk uitstel
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag opgelegd voor het jaar 1989, die na bezwaar werd verminderd. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde vervolgens zowel de navorderingsaanslag als de uitspraak van de Inspecteur. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de navorderingstermijn was verlengd door verleend uitstel voor het indienen van de aangifte. De navorderingsaanslag was namelijk opgelegd na het verstrijken van de vijfjarige navorderingstermijn. De Inspecteur stelde dat uitstel was verleend, maar kon dit niet met bewijsstukken aantonen. Het Hof oordeelde dat het niet duidelijk kenbaar was dat en voor welke periode uitstel was verleend, en dat dit voor risico van de Inspecteur kwam.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees het cassatieberoep af. De beoordeling van de bewijsvoering en de waardering van de feiten door het Hof zijn in cassatie niet toetsbaar. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tevens in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de navorderingsaanslag vernietigd wegens ontbreken van duidelijk kenbaar verleend uitstel.