ECLI:NL:HR:1998:AA2339
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring beroep vennootschapsbelasting 1984
Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1984 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van ƒ 13.591.488,-. Na bezwaar te hebben gemaakt, werd dit bezwaar door de inspecteur gehandhaafd. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat haar beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende niet-ontvankelijk was. Het hof had aangenomen dat de gemachtigde N in oktober 1993 niet meer optrad, maar dit was niet gesteld of gebleken. Hierdoor had het hof moeten aannemen dat N nog steeds gemachtigde was, en dat de beroepstermijn dus niet was verstreken.
De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het niet-ontvankelijkheidsbesluit van het hof en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.