ECLI:NL:HR:1997:AA3226
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van de Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting fiscale eenheid ondanks geschil over ondernemerschap dochtervennootschappen
Belanghebbende, bestaande uit de fiscale eenheid X B.V. en haar dochtervennootschappen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1986 tot en met 1990. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd.
De kern van het geschil betrof de vraag of de dochtervennootschappen, die zich uitsluitend met de verhuur van onroerend goed bezighielden, als ondernemer konden worden aangemerkt en daarmee deel konden uitmaken van de fiscale eenheid. Belanghebbende stelde dat dit niet het geval was en dat de naheffingsaanslag onterecht was. De Inspecteur betwistte dit pas ter zitting.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de bewijslast bij belanghebbende heeft gelegd, maar dat dit niet tot cassatie leidt. De Hoge Raad bevestigde dat vóór 1 januari 1989 het bestaan van een fiscale eenheid uit de feiten kon voortvloeien en dat de Inspecteur in 1986 het bestaan van de fiscale eenheid had bevestigd. Ook na het arrest van 1 april 1987, dat de fiscale eenheid voor deze dochtervennootschappen uitsloot, had belanghebbende zich moeten realiseren dat geen fiscale eenheid bestond en zich als ondernemer moeten aanmelden. Omdat belanghebbende dit niet heeft gedaan en de Inspecteur niet op de hoogte was van feiten die dit anders maakten, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting tegen de fiscale eenheid.