ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0754
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging aanslag inkomstenbelasting wegens overschrijding driejaarstermijn zonder teruggaaf loon- en dividendbelasting
Belanghebbende, wonende te Z, ontving in 2001 loon uit dienstbetrekking en werd door de inspecteur op 27 april 2005 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Deze aanslag werd aangevochten en uiteindelijk vernietigd door de rechtbank Haarlem wegens overschrijding van de wettelijke driejaarstermijn voor het opleggen van aanslagen, waarbij het hof het oordeel van de rechtbank bevestigt.
De kern van het geschil betrof de vraag of de ingehouden loonheffing en dividendbelasting volledig aan belanghebbende moesten worden teruggegeven nu de aanslag was vernietigd. Belanghebbende stelde dat op grond van redelijkheid teruggaaf moest plaatsvinden, ondanks de vernietiging van de aanslag.
Het hof overwoog dat loonbelasting en dividendbelasting zelfstandige heffingen zijn die mede dienen als vooruitbetaling op de materiële belastingschuld. De overschrijding van de driejaarstermijn leidt niet tot het tenietgaan van de belastingschuld. In dit geval overtreffen de ingehouden voorheffingen de materiële belastingschuld niet, zodat teruggaaf niet aan de orde is.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot teruggaaf af. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd op 15 oktober 2009 in het openbaar gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de vernietiging van de aanslag inkomstenbelasting 2001 en wijst het verzoek tot teruggaaf van ingehouden loon- en dividendbelasting af.