ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0291
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdige vaststelling aanslag vennootschapsbelasting 2003 na uitstel onder BECON-regeling
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de aanslag vennootschapsbelasting 2003 tijdig is vastgesteld. Belanghebbende, een BV, had uitstel voor het indienen van de aangifte gevraagd en verkregen onder de BECON-regeling. De inspecteur legde op 31 oktober 2007 een aanslag op, die belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de uitleg van het uitstel: de gemachtigde van belanghebbende had uitstel gevraagd tot 1 maart 2005, maar de inspecteur verleende uitstel tot 1 april 2005. Het hof oordeelt dat deze verlenging van de uiterste inleverdatum onderdeel is van een wijziging van de BECON-regeling en geen aanvullend uitstel betreft. De uitsteltermijn was duidelijk kenbaar gemaakt aan de gemachtigde.
De rechtbank en het hof baseren hun oordeel op de tekst van brieven en overzichten van de Belastingdienst, waarin de naam van belanghebbende voorkomt zonder afwijkende inleverdatum, waardoor de aanslagtermijn met tien maanden is verlengd. Het hof stelt vast dat de aanslag binnen deze termijn is vastgesteld en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank dat de aanslag vennootschapsbelasting 2003 tijdig is vastgesteld wordt bevestigd.