Uitspraak
[woonplaats].
29 september 1987.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak ging het om een beklag tegen de inbeslagneming van geld dat in een kluis bij een Belgische bank was geplaatst. De rechtbank had geoordeeld dat het beslag onrechtmatig was omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 97 Wetboek Pro van Strafvordering en had de teruggave van het geld aan klager bevolen.
De Hoge Raad stelde dat artikel 97 Sv Pro ook van toepassing is wanneer de officier van justitie via een verzoek om internationale rechtshulp beslag laat leggen, ook al vindt de feitelijke beslaglegging in het buitenland plaats. Het Belgische recht is daarbij van toepassing op de uitvoering van het verzoek, conform artikel 44 van Pro het Beneluxverdrag.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte de teruggave van het geld aan klager had bevolen zonder te onderzoeken of dit onderzoeksbelang of andere rechtsbelangen zou schaden. Omdat niet was vastgesteld dat de Belgische autoriteiten afstand hadden gedaan van het beslag, mocht de rechtbank niet tot teruggave aan klager besluiten.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de Arrondissementsrechtbank te Breda voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot teruggave van het beslag en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.