ECLI:NL:HR:1926:78
Hoge Raad
- Cassatie
- Segers
- Kosters
- Taverne
- Schepel
- Van Gelein Vitringa
- Rechtspraak.nl
Toepassing fraus legis bij schenking periodieke uitkering eindigend drie dagen voor overlijden
In deze zaak stond centraal of een schenking van een periodieke uitkering die drie dagen vóór het overlijden van de schenker eindigt, toch onder het successierecht valt. De schenker had aan de echtgenoten een bedrag geschonken met de voorwaarde dat hij jaarlijks een uitkering zou ontvangen, welke uitkering zou ophouden drie dagen voor zijn overlijden. De ontvanger van de successierechten vorderde belastingheffing op grond van artikel 11 van Pro de Successiewet.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof bekrachtigde de heffing en oordeelde dat het recht op de uitkering geacht moest worden tot het overlijden van de schenker voort te duren, zodat artikel 11 van Pro toepassing was. De Hoge Raad stelde vast dat het hof onjuist had geoordeeld dat het recht op de uitkering tot het overlijden bestond, omdat het recht feitelijk drie dagen eerder eindigde.
Desalniettemin verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep omdat het beding om de heffing te ontwijken een fraus legis vormde. De uitkering kwam praktisch overeen met een uitkering tot overlijden, waardoor de wet niet omzeild mocht worden. De Hoge Raad handhaafde daarom de belastingheffing ondanks de afwijkende bepaling in de schenkingsovereenkomst.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers tot betaling van de proceskosten en bevestigde de toepassing van artikel 11 Successiewet Pro in situaties van fraus legis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toepassing van artikel 11 Successiewet wegens fraus legis.