ECLI:NL:PHR:2012:BQ4336
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt misbruik van recht bij ziekenhuisconstructie voor btw-aftrek
Belanghebbende, een commanditaire vennootschap waarin een ziekenhuis participeert, kocht roerende zaken aan en verhuurde deze aan het ziekenhuis. De huurprijs was circa 10,5% van de aanschafprijs, met een koopoptie na vijf jaar voor minimaal 10% van de kostprijs. De Belastingdienst heffingsaanslagen naheffend wegens misbruik van recht.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de constructie misbruik van recht oplevert omdat het wezenlijke doel was het verkrijgen van een belastingvoordeel, waarbij het ziekenhuis slechts circa 60% van de aanschafwaarde vergoedde en het negatieve resultaat door het ziekenhuis werd gedragen. Het Hof verwierp het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. De uitspraak benadrukt dat misbruik van recht ook in de omzetbelasting kan worden toegepast en dat het fiscale voordeel niet in stand kan blijven indien het strijdig is met het doel en de strekking van de Zesde richtlijn. De zaak illustreert de toepassing van het leerstuk fraus legis in complexe btw-constructies.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat sprake is van misbruik van recht bevestigd.