ECLI:NL:PHR:2012:BQ4321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt misbruik van recht bij ziekenhuisconstructie voor btw-aftrek
In deze zaak staat centraal of een commanditaire vennootschap (cv), waarin een ziekenhuis als commanditair vennoot participeert, terecht door de Belastingdienst is aangemerkt als misbruik van recht bij de aftrek van omzetbelasting. De cv kocht roerende zaken aan en verhuurde deze aan het ziekenhuis, dat vrijgestelde prestaties verricht. De huurprijs was circa 10,5% van de aanschafprijs en het ziekenhuis had een koopoptie na vijf jaar voor minimaal 10% van de oorspronkelijke kostprijs. De Belastingdienst stelde een naheffingsaanslag vast wegens onterecht in aftrek gebrachte voorbelasting.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de constructie misbruik van recht oplevert, omdat het wezenlijke doel was het verkrijgen van een belastingvoordeel dat strijdig is met het doel van de Zesde richtlijn. Het ziekenhuis profiteerde economisch van het voordeel, terwijl de cv slechts ongeveer 60% van de aanschafwaarde aan huur ontving. Het Hof verwierp het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en stelde dat de constructie als kunstmatig en zonder reële economische betekenis moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond. De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukte dat het leerstuk van misbruik van recht (fraus legis) ook in het Nederlandse belastingrecht toepassing vindt en dat het arrest Halifax van het HvJ EU dit bevestigt. De Hoge Raad onderschreef dat het wezenlijke doel van de transacties het verkrijgen van een belastingvoordeel was en dat dit voordeel in strijd was met het doel van de Zesde richtlijn. De tussenschakeling van de cv werd daarom fiscaal genegeerd, en de naheffingsaanslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het misbruik van recht bij de ziekenhuisconstructie bevestigd.