Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
“Volgens paragraaf 2.7 van het OESO-commentaar op artikel 15 van Pro het OESO-modelverdrag vindt toerekening van een ontslagvergoeding in algemene zin (volgens arbeidscontract of wetgeving) plaats op basis van de laatste twaalf maanden van uitoefening van de dienstbetrekking. Of de beloning ten laste is gekomen van een werkgever in de werkstaat is voor de toerekening niet van belang. De toerekening van de ontslagvergoeding aan de laatste twaalf maanden van uitoefening van de dienstbetrekking betekent niet automatisch dat het heffingsrecht over de ontslagvergoeding in zoverre toekomt aan het land waar de dienstbetrekking feitelijk is uitgeoefend. Daarvoor is doorslaggevend of dat land het heffingsrecht heeft over het reguliere loon dat ter zake van die werkzaamheden is betaald (artikel 15 OESO Pro-modelverdrag)”Belanghebbende stelt dat hij zijn werkzaamheden gedurende de laatste twaalf maanden van zijn dienstbetrekking in Luxemburg heeft verricht en het heffingsrecht over zijn ontslagvergoeding op grond van het Besluit aan Luxemburg dient te worden toegewezen.
In dit geval is de aangifte IB/PVV 2017 op 11 januari 2019 door belanghebbende ingediend. Dit betekent dat door toedoen van belanghebbende de aanslag IB/PVV 2017 pas later dan zes maanden na het einde van het belastingjaar 2017 kon worden opgelegd. Belanghebbende wordt daarom geacht in verzuim te zijn met ingang van 1 juli 2018 omdat hij niet tijdig aan zijn fiscale verplichting heeft voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom geen aanleiding om de in rekening gebrachte belastingrente in dit geval te verminderen.”
zelfop een voorlopige aanslag betaald bedrag IB/PVV dat bij een nadere voorlopige aanslag deels is teruggeven. De stelling van belanghebbende dat rekening gehouden moet worden met reeds afgedragen loonheffing, vindt geen steun in het recht. [3]
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).