Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
1. Gegrond verklaren beroepIn het (nadere) verweerschrift van 25 februari 2022 hebben wij het standpunt ingenomen waarom naar onze mening het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard zou moeten worden. Op 18 november 2022 heeft de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak arrest gewezen. Gelet op dit arrest, maar ook gelet op het nieuwe artikel 30ia Algemene wet inzake rijksbelastingen, geven wij uw Rechtbank in overweging het beroep van belanghebbende gegrond te verklaren.”
Ik ben van mening dat de belastingrente/heffingsrente terecht en tot een juist bedrag is vastgesteld.
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
Heeft de inspecteur de belastingrente terecht en tot het juiste bedrag vastgesteld?
in hoger beroepdat de belastingrente terecht en tot het juiste bedrag is vastgesteld.
Moet rente worden vergoed in verband met de teveel betaalde box 3-heffing?
stare decisisgeldt, zodat het hof niet gebonden is aan beslissingen van de Hoge Raad in eerdere zaken, het hof geen enkele reden ziet om in dit geval afwijkend te oordelen van het arrest van 6 juni 2024. In dat arrest is geoordeeld dat voor een passend en voldoende rechtsherstel volstaan kan worden met de vergoeding van de teveel betaalde belasting en als uitgangspunt geen rentevergoeding hoeft te worden toegekend. Het beloop van de wettelijke rente is bovendien niet meer dan het bedrag van de belastingvermindering, waardoor van een uitzonderingssituatie (in de zin van het genoemde arrest) waar wel aanleiding zou bestaan voor een rentevergoeding, geen sprake is.
Heeft de rechtbank ten onrechte geen vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend?
a. vormt de omstandigheid dat het geschil zich eerder in de procedure beperkte tot de belastingrente en daarna is uitgebreid met de box 3-heffing geen bijzondere omstandigheid die de redelijke termijn verlengt;
b. vormt het uitstel om het centrale rechtsherstel als gevolg van het Kerstarrest af te wachten ook geen bijzondere omstandigheid die de redelijke termijn verlengt [8] en het (al dan niet) instemmen met dat uitstel evenmin [9] ;
c. vormt het gebruik maken van het aan belanghebbende toekomende recht op een nadere zitting en het daartoe indienen van nadere stukken evenmin een bijzondere omstandigheid; en
d. is van een bijzondere mate van complexiteit [10] in deze specifieke zaak van belanghebbende naar het oordeel van het hof geen sprake en is dat ook niet de dragende overweging geweest voor de rechtbank om de redelijke termijn te verlengen.
5.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).