Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Uit nader onderzoek blijkt dat voorafgaand aan de eerste horloge-aankoop door [belanghebbende] er 3 [merk 1] horloges met een verkoopwaarde van € 72.000 werden aangekocht door de heer [bestuurder] bij de Nederlandse onderneming [bedrijf 11] B.V. die op verzoek van de heer [bestuurder] rechtstreeks moesten worden gefactureerd aan [bedrijf 3] Gmbh en dus niet door middel van facturering via [belanghebbende] .
door[bedrijf 3] aan derden.
De volgende bevindingen inzake deze transacties zijn fiscaal van belang.
op het adres [adres 1] te [vestigingsplaats] aangetroffen.
Volgens een factuur van 1 oktober 2018 en een bijbehorende CMR van 1 oktober 2018 zou dit horloge tegen 0% intracommunautair zijn geleverd door [belanghebbende] aan [bedrijf 3] .
Correctie 1 OB intra communautaire 0% toepassing te belasten:
[bedrijf 8] B.V.
Verklaring [naam 9] (directeur-enig aandeelhouder van belastingplichtige)
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
.[noot: HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA3823]
.[noot: Artikel 7:4 van Pro de Awb]. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de inspecteur pas in beroep passages over andere belastingplichtigen in stukken ongeschoond heeft overgelegd. De inspecteur kan op grond van artikel 7:4, zesde lid, van de Awb, in bezwaar de inzage beperken voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. De inspecteur heeft in bezwaar kenbaar gemaakt dat hij deze (delen van) stukken in verband met het recht op privacy van deze andere belastingplichtigen geheim houdt. De rechtbank acht dit niet in strijd met artikel 7:4, van de Awb. De rechtbank is niet gebleken dat de inspecteur overigens stukken al in bezwaar tot zijn beschikking had, waarin hij geen inzage heeft verleend.”
[noot: Vgl. HvJ, 18-12-2008, nr. C-349/07, Soprope, rechtsoverweging 41].De rechtbank acht daarbij mede van belang dat belanghebbende niet om verlenging van die termijn heeft verzocht. Bovendien stond niets haar in de weg om alsnog na ommekomst van die termijn te reageren op het voornemen van de inspecteur om een naheffingsaanslag op te leggen, zoals de gemachtigde had aangekondigd, aangezien zij toen de naheffingsaanslag nog niet had ontvangen. Daarom kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat de inspecteur de uitoefening van de door het gemeenschapsrecht verleende rechten van de verdediging onmogelijk of uiterst moeilijk heeft gemaakt. Het verdedigingsbeginsel is daarom niet geschonden.”
.[noot: Vgl. HvJ 27 september 2007, C-146/05, Collée, ECLI:EU:C:2007:549, punt 21 en punt 31]
.[noot: Vgl. HvJ EU 6 juli 2006, ECLI:EU:C:2006:446, punt 59, HvJ EU 21 juni 2012, ECLI: EU:C:2012:373, punt 45 en HvJ EU 11 november 2021, ECLI: EU:C:2021:910, punt 46.]
[noot: Vgl. HvJ EU 11 november 2021, ECLI:EU:C:2021:910, punt 50]. De rechtbank zal eerst beoordelen of belanghebbende heeft voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, met uitzondering van de beslissingen over het griffierecht, de proceskosten, de vergoeding van immateriële schade en wettelijke rente;
- verklaart het tegen de uitspraken op bezwaar bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 43.963;
- vernietigt de boetebeschikking;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 548 vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij het hof van € 1.814;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 500;
- bepaalt dat, voor zover de in hoger beroep toegekende (proces)kostenvergoeding en/of de vergoeding van griffierecht niet tijdig wordt betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).