Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/371237 / HA ZA 20-220)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met één productie (prod. 5);
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- de verkoop van de woning (grief 1);
- de hoofdelijke aansprakelijkheid (grief 2);
- de draagplicht voor de hypothecaire schuld (grief 3);
- bewijsnood (grief 4).
vrouwdat de rechtbank ten onrechte haar vordering tot verkoop van de woning heeft afgewezen. Zij heeft haar grief als volgt toegelicht.
manheeft de grief weersproken.
’s-Hertogenbosch zijn niet van toepassing omdat geen sprake is van een contractuele verhouding tussen partijen. Het is voor de beoordeling van belang dat partijen, in dit geval, “informele samenwoners” waren.
vrouwricht haar grief tegen het oordeel van de rechtbank dat “het voortduren van de situatie waarin de vrouw hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de hypothecaire schuld niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid”. Zij heeft haar grief als volgt toegelicht.
manheeft de grief weersproken.
primairop grond van art. 6:10,
subsidiairop grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid. De
vrouwheeft haar grief als volgt toegelicht.
manheeft de grief weersproken. Partijen zijn samen draagplichtig voor de hypothecaire geldlening.
rechtbankin rov. 3.6.:
vrouwricht haar laatste grief tegen dit oordeel. Zij heeft haar grief als volgt toegelicht.
manheeft de grief weersproken.
hofoverweegt als volgt.
Het voorgaande laat evenwel onverlet dat tussen informeel samenlevenden een rechtsverhouding bestaat die mede door de redelijkheid en billijkheid wordt beheerst(curs. hof). Dat informeel samenlevenden ervan hebben afgezien een wettelijk geregelde vorm van samenleving (huwelijk of geregistreerd partnerschap) aan te gaan of over de vermogensrechtelijke aspecten van hun samenleving uitdrukkelijke of stilzwijgende afspraken te maken, staat daaraan niet in de weg. De afspraak om te gaan samenleven, raakt in de praktijk onvermijdelijk ook hun vermogensrechtelijke verhouding.”
manvordert bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de vrouw te veroordelen om de helft van de (oorspronkelijke) schuld bij de ING Bank voor haar rekening te nemen en deze als eigen schuld te voldoen, door een bedrag van € 28.000,-- aan hem te voldoen dan wel rechtstreeks aan de ING Bank.