Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/402672 / KG ZA 22-505)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties 1 tot en met 5;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel hoger beroep met producties 1 en 2;
- het bij e-mailbericht van 23 januari 2023 door de advocaat van de man toegezonden proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van (naar het hof begrijpt) 8 december 2022, dat bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding is gebracht;
- de bij e-mailbericht en H12 formulier van 27 januari 2023 door de advocaat van de man toegezonden producties 6 en 7, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht;
- de mondelinge behandeling, gehouden op 30 januari 2023.
3.De beoordeling
“De op de woning rustende hypotheek bij ING met [nummer] , zal, onder vrijwaring van de vrouw, geheel door de man worden gedragen en afgelost. Deze toedeling vindt plaats onder de voorwaarde dat de vrouw zal worden ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van deze hypotheek. Partijen zijn daarnaast overeengekomen dat de overwaarde van de woning moet worden berekend door de waarde van de woning te vermeerderen met het saldo van de genoemde aan de hypotheek gekoppelde beleggingsrekening en te verminderen met het saldo van de genoemde hypotheek, te verminderen met de kosten van eigendomsoverdracht van de woning bij de notaris en te verminderen met de genoemde (alsdan af te lossen) schuld bij Defam.”,zoals weergegeven in rov. 4.35 van die beschikking.
.