Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
(opmerking hof: de verdachte [medeverdachte 1] )het café uitlopen, die door het slachtoffer werd begroet en daarna het café weer inging. Het slachtoffer liep de Lunetstraat in en bleef bij een bankje bij het fietspad staan. De getuige [getuige 1] zag vervolgens een auto aankomen, die het fietspad opreed, daar stopte en vervolgens achteruit reed in de richting van een bussluis en toen weer een stukje vooruit reed. De auto, een stationachtig model, draaide naar achteren. Bij de raadsheer-commissaris beschrijft de getuige [getuige 1] dat deze zwarte auto een rare richting in de weg nam en draaide.
Verklaring van de verdachte [verdachte]
In geval van verdenking van een misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, zonder dat kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, stelselmatig informatie inwint over de verdachte.
- het verloop van het opsporingstraject;
- de eventueel reeds door de verdachte ingenomen proceshouding met betrekking tot de strafbare feiten waarvan hij wordt verdacht:
- de mate van (psychische) druk die in dat traject op de verdachte is uitgeoefend;
- de mate en de wijze van binnen dat traject toegepaste misleiding van de verdachte en
- de bemoeienis die opsporingsambtenaren hebben gehad met de inhoud van (wezenlijke onderdelen van) de door de verdachte afgelegde verklaring.
- de duur en intensiteit van dat traject;
- de strekking en frequentie van de contacten met de verdachte zelf en
- de in het vooruitzicht gestelde positieve of negatieve consequenties als de verdachte wel of juist geen opheldering geeft over bepaalde zaken.
- Ik vroeg wie deze man was (p. 3042);
- Ik vroeg aan [medeverdachte 2] of hij [medeverdachte 1] kende (p. 3042);
- Ik vroeg aan [medeverdachte 2] of hij niet bang was of hij er later nog aan gelinkt zou worden (p. 3043);
- Ik vroeg aan [medeverdachte 2] waarom hij zich dan beriep op zijn zwijgrecht als hij er niet bij was geweest (p. 3043);
- Ik vroeg wie die [slachtoffer 3] was (p. 3062);
- Ik vroeg aan [medeverdachte 2] hoeveel hij dan zou krijgen (p. 3062);
- Ik vroeg of [medeverdachte 2] dat ook had gehad (p.3062);
- Ik vroeg aan [medeverdachte 2] of zijn alibi wel goed in elkaar zat (p. 3062);
- A-4068 vroeg aan [medeverdachte 2] waarom hij aan deze liquidatie had meegedaan (p. 3063);
- Ik lach en vroeg of ze dan helderziend was (p. 3066);
- Ik vroeg hoe het dan precies was verlopen en [medeverdachte 2] vertelde het volgende (p. 3066);
- Ik vroeg hoe het dan verder is gegaan met de BMW (p. 3066);
- Ik vroeg hoe [verdachte] dan weer naar huis was gegaan (p. 3066);
- Ik vroeg waar het wapen nu was (p. 3067);
- Ik vroeg of hij direct dood was (p. 3068);
- Ik vroeg aan [medeverdachte 2] wat voor wapen het was (p. 3068).
“Deze uitleg was snel en onduidelijk en daarom kan ik het mij niet helemaal meer herinneren.”.Dit duidt erop dat als de politieel informatie-inwinners [medeverdachte 2] niet begrepen, zij niet zomaar iets hebben opgeschreven en beperkingen in hun verslaglegging hebben vermeld.
medeplegen van moord.
€2.682,00. Voor de procedure in hoger beroep begroot het hof de kosten op € 3.549,00. In totaal wordt een vergoeding toegekend van € 6.231,00.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
€579,00. Voor de procedure in hoger beroep begroot het hof de kosten op € 766,00. In totaal wordt een vergoeding toegekend van € 1.345,00.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) jaren.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een personenauto, Renault Megane 2000, kleur grijs, kenteken [kenteken] (beslagnummer G1535918);
- een geldbedrag van € 559,80 (beslagnummer 380164).
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 49.693,33 (negenenveertigduizend zeshonderddrieënnegentig euro en drieëndertig cent) bestaande uit € 24.693,33 (vierentwintigduizend zeshonderddrieënnegentig euro en drieëndertig cent) materiële schade en € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.