Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak/-rolnummer C/03/279311 / HA ZA 20-330)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie;
- de memorie van grieven met productie;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [appellanten] met productie;
- de antwoordakte van de curator.
3.De vaststaande feiten
4.De rechtbank
5.De beoordeling in hoger beroep
- de accountant heeft een samenstellingsverklaring afgegeven voor de jaarrekening 2015 en een concept-jaarrekening over 2016 opgesteld, wat deze niet zou doen als zijn vragen niet voldoende zijn beantwoord;
- de administratie over 2017 is op soortgelijke wijze gevoerd als de jaren daarvoor:
- de boekhouding wordt pas achteraf verwerkt waardoor het normaal is dat de administratie ten tijde van het faillissement niet volledig up-to-date is;
- de ronde betalingen zijn juist een kenmerk van een concernovereenkomst en
- de plaatsgevonden boekingen sluiten juist aan bij de saldi in de jaarrekeningen.
- het ten onrechte onbetaald laten door BAM van een aanzienlijke vordering van LET van € 300.000,00 ter zake van meeruren en extra materiaal: volgens [appellanten] bleek tijdens de uitvoering van een door BAM aan LET gegund project dat de door BAM aangeleverde gegevens onjuist en/of onvolledig waren waardoor LET substantieel meer uren aan het project heeft besteed dan was begroot en de materiaalkosten fors opliepen. Ondanks toezeggingen heeft BAM de extra kosten van LET niet voldaan, aldus [appellanten] ;
- het mislopen door LET van een grote opdracht van Strukton, terwijl dat wel was ingecalculeerd: volgens [appellanten] bestond een concreet vooruitzicht dat Strukton een groot project aan [appellanten] zou gunnen waarmee een marge van € 500.000,00 zou kunnen worden behaald, maar is dit project volkomen onverwacht aan een andere partij gegund.