ECLI:NL:GHSHE:2022:3181
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevel tot terugverhuizing van moeder en kind naar Nederland na verblijf in Israël
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de woonplaats van hun minderjarige kind, nadat de moeder met het kind naar Israël was verhuisd zonder medewerking van de vader. De vader, die inmiddels samen met de moeder het gezag over het kind uitoefent, verzocht de rechter om de moeder te bevelen terug te verhuizen naar Nederland om het contact met het kind te waarborgen.
De rechtbank had de moeder verplicht terug te verhuizen, maar het hof Arnhem-Leeuwarden wees dit verzoek af. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug naar het hof 's-Hertogenbosch voor herbeoordeling met toepassing van artikel 1:253a BW.
Het hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat de moeder haar wettelijke verplichtingen schromelijk heeft veronachtzaamd door zonder bericht naar het buitenland te vertrekken, waardoor het contact tussen vader en kind onmogelijk werd. Het belang van de vader bij fysiek contact in de nabijheid van zijn woonplaats weegt zwaarder dan het belang van de moeder om in Israël te blijven. Daarom wordt de moeder bevolen uiterlijk 15 december 2022 met het kind terug te verhuizen naar Nederland, met een dwangsom van €500 per dag bij niet-naleving.
De proceskosten worden tussen partijen verdeeld en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De moeder wordt bevolen uiterlijk 15 december 2022 met het kind terug te verhuizen naar Nederland onder dreiging van een dwangsom van €500 per dag.