Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
en/of
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemd(e) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,
door toen en daar telkens opzettelijk,
- een of meer geldbedrag(en) te (laten of doen) storten op en/of overmaken op en/of vanaf een bankrekening van de HSBC Bank te Zürich (met bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] ) ten name van verdachte en/of
- een of meer geldbedrag(en) te (laten of doen) storten op en/of overmaken op en/of vanaf een bankrekening van de UBS Bank te Zürich (met bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] ) ten name van verdachte,
terwijl zij, verdachte, telkens wist dat dat/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
A.
B.
C.
- een of meer geldbedrag(en) te (laten of doen) storten op en/of overmaken op en/of vanaf een bankrekening van de HSBC Bank te Zürich (met bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] ) ten name van verdachte en
- een of meer geldbedrag(en) te (laten of doen) storten op en/of overmaken op een bankrekening van de UBS Bank te Zürich (met bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] ) ten name van verdachte,
terwijl zij, verdachte, telkens wist dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.
D.
E.
Voorts is gesteld noch gebleken dat de verdachte economische activiteiten verrichtte in Zwitserland, die het aldaar gestalde vermogen of de door rentebaten verkregen vermogensaanwas kunnen verklaren.
niette belasten. In de onderhavige zaak heeft de verdachte er juist voor gekozen om in het geheel geen verklaring af te leggen over (de herkomst van) het bij Zwitserse banken aangehouden geldbedrag. Dat is haar goed recht, maar op grond van bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad ter zake van witwassen (onder meer Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352) komt de keuze om gebruik te maken van haar zwijgrecht voor haar eigen rekening en risico. Uit die jurisprudentie volgt immers dat, als de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, van de verdachte mag worden verlangd dat zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het betreffende voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Daarmee wordt aldus niet verwacht dat de verdachte een voor zichzelf belastende verklaring zal afleggen – hetgeen strijdig zou zijn met het verbod van zelfincriminatie – doch dat zij dienaangaande een ontlastende verklaring zal afleggen. Aldus getuigt het verweer zoals dat hiervoor onder D.2 is weergegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
F.
G.
H.
I.
van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;
taakstrafvoor de duur van
220 (tweehonderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
110 (honderdtien) dagen hechtenis;
teruggaveaan de verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven documenten met nummers 001 tot en met 020;