Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
- over het jaar 2013 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.566. Tevens is bij beschikking € 2.159 belastingrente in rekening gebracht en een boete van € 11.226 opgelegd;
- over het jaar 2013 een navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (hierna: ZVW), berekend naar een bijdrage-inkomen van € 50.687. Tevens is bij beschikking € 275 belastingrente in rekening gebracht.
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond, en
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, uitsluitend voor zover deze de navorderingsaanslag IB/PVV 2013, de navorderingsaanslag ZVW 2013, de desbetreffende belastingrentebeschikkingen en de boetebeschikking betreft;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 63.273;
- vermindert de navorderingsaanslag ZVW naar een bijdrage-inkomen van € 33.515;
- vermindert de belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig;
- vermindert de boetebeschikking naar een bedrag van € 2.250;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het door hem voor het hoger beroep betaalde griffierecht van € 128 vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 1.050.