Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Daarbij neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte, ondanks dat hij wist dat hij zijn nieuwe woonadres in [plaats 2] had moeten doorgeven als nieuw GBA-adres, bewust zijn oude woonadres in [plaats 1] als GBA-adres heeft aangehouden. Verdachte heeft te dien aanzien verklaard dat hij de verhuizing formeel had moeten doorgeven en niet aan de verplichtingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens heeft voldaan. Verdachte noemt als reden dat hij nog in [plaats 1] stond ingeschreven fiscale redenen. Hij verklaarde dat als je niet staat ingeschreven, “je de woning niet fiscaal als aftrekbaar kunt beschouwen”.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
eigen woningwordt in artikel 3.111, lid 1, Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), voor zover hier van belang, gedefinieerd als:
opzettelijkde juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt dan wel voorwaardelijk opzettelijk heeft gehandeld, oordeelt het Hof als volgt.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.