Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
[Hof: HvJ EU]geformuleerde bepalingen’ (pleitnota, p. 11), oordeelt het Hof als volgt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft buiten de bezwaartermijn bezwaar gemaakt tegen de door haar betaalde BPM, waarna de Inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde maar ambtshalve een teruggaaf en rentevergoeding toekende. Belanghebbende stelde dat zij op grond van het Unierecht recht had op een hogere rentevergoeding en immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onbevoegd ten aanzien van de ambtshalve beslissingen. Het Hof bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het Unierecht niet in de weg staat aan de nationale regel dat tegen ambtshalve beslissingen geen rechtsmiddel openstaat. Belanghebbende is in de bezwaarfase terecht gehoord en heeft geen recht op immateriële schadevergoeding, aangezien de redelijke termijn nog niet was overschreden.
Verder oordeelt het Hof dat het geheven griffierecht niet buitenproportioneel is en geen belemmering vormt voor toegang tot de rechter. Vergoeding van wettelijke rente over het griffierecht en van proceskosten wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.