Uitspraak
1.Ontstaan en loop van het geding
2. Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de afdracht van loonheffingen over maart 2013 en maart 2014, waaronder de zogenaamde crisisheffing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het hof nam de feiten van de rechtbank over en oordeelde dat de regelgeving omtrent de crisisheffing niet in strijd is met verdragsrechtelijke normen zoals het recht op ongestoord eigendom en gelijke behandeling. De crisisheffing kan niet worden getoetst aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie omdat het geen uitvoering van EU-recht betreft.
Belanghebbende stelde dat de crisisheffing een individuele en buitensporige last vormde, mede vanwege de omvang, terugwerkende kracht en specifieke bonusstructuur. Het hof erkende dat de last zich in haar geval sterker laat voelen dan gemiddeld, vooral door de specifieke bonusopbouw, maar kwalificeerde deze last niet als buitensporig gezien de financiële situatie van belanghebbende en het eenmalige karakter van de heffing.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens oordeelde het hof dat geen vergoeding van griffierecht of proceskosten aan belanghebbende toekomt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.