Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een bouwbedrijf dat gebruikmaakte van Poolse arbeidskrachten, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen loonheffing over 2008 en 2009. De Inspecteur stelde dat de Poolse arbeiders in dienstbetrekking stonden bij belanghebbende en niet via een Poolse onderneming waren uitgeleend.
Na onderzoek en beoordeling van diverse stukken, waaronder rapporten, verklaringen en correspondentie met de Poolse Belastingdienst, concludeerde het Hof dat geen sprake was van een inlening door een Poolse onderneming. De Poolse arbeiders stonden in een gezagsverhouding tot belanghebbende, verrichtten persoonlijk arbeid en ontvingen loon van belanghebbende.
Belanghebbende betwistte de dienstbetrekking en stelde dat de naheffingsaanslagen onjuist waren berekend en dat de boetes onterecht waren opgelegd. Het Hof verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de Inspecteur alle relevante stukken had overgelegd, en handhaafde de naheffingsaanslagen en boetes. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen loonheffing en boetes blijven in stand.