Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
“1. Reikwijdte van het onderzoek
Onderzocht en in dit rapport opgenomen is de aanvaardbaarheid van de aangiften:
- Premie Waz 1998
- Vermogensbelasting 1998 en 1999
(…)
5 Vermogensbelasting
5.1. Overige onroerende zaken
Belastingplichtige en/of zijn echtgenote bezitten naast de eigen woning nog meer onroerende zaken. Het betreft drie verhuurde woonhuizen, 21 verhuurde garageboxen en een bedrijfspand (…).
Voor de vermogensbelasting geldt als waarderingsmaatstaf voor de overige onroerende zaken de waarde in het economische verkeer. Mijn uitgangspunt was om de waarde van deze onroerende zaken tenminste te stellen op de WOZ-waarde. Belastingplichtige was het hier absoluut niet mee eens en wilde uitgaan van een vast percentage (60 a 70%) van de WOZ-waarde. Ik heb vervolgens opdracht gegeven aan onze afdeling waardebepaling om de waarde in het economische verkeer van deze onroerende zaken vast te stellen. Deze heeft tot tweemaal toe contact opgenomen met belastingplichtige, waarbij geen concrete datum voor deze taxatie vastgesteld is. Daarom heb ik met belastingplichtige afgesproken (…) om bij het vaststellen van de aanslag uit te gaan van de WOZ-waardes.
ig] deze waardes vastgesteld:
Hof: de onder 2.3 van de uitspraak van de rechtbank vermelde taxatierapporten]. Ik volg hierin zijn standpunt dat voor de [adres 5] 2 te [A] de waarde per 1 januari 2003 dient te worden vastgesteld op € 265.267.
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, doch uitsluitend wat betreft de beslissing omtrent het niet vergoeden van het betaalde griffierecht en
- gelast dat de inspecteur aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van respectievelijk € 45 en € 123.