Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
primairin haar inleidend verzoekschrift (in eerste aanleg) gesteld dat zij [geïntimeerde] , naast [onderneming] (en naast [vastgoed] Vastgoed B.V.,Holding [holding] B.V. en [betrokkene] en [echtgenote van betrokkene] ), aansprakelijk acht voor de kosten van de toegepaste bestuursdwang. [geïntimeerde] is eigenaar van het op de inrichting aanwezige kunststofverpakkingsmateriaal, zij heeft als huurster zeggenschap over het deel van de inrichting waar dit materiaal is opgeslagen, zij is eigenaar van een aantal zich binnen de inrichting bevindende machines en zij kon op basis van een contractuele relatie met [onderneming] aan [onderneming] instructies geven over het afvoeren van het verpakkingsmateriaal. Gelet hierop had [geïntimeerde] het feitelijk in haar macht om een einde te maken aan de overtredingen. De Gemeente heeft [geïntimeerde] dan ook primair als overtreder aangemerkt, zodat volgens de Gemeente de kosten van bestuursdwang op grond van artikel 5:25 lid 1 Awb Pro voor rekening van [geïntimeerde] komen.
voorafgaandaan de uitvoering van de bestuursdwang bij een op dat moment onbekende overtreder dus niet noodzakelijk. Het was in de onderhavige zaak ook niet mogelijk omdat de Gemeente niet bekend was dat [geïntimeerde] overtreder was. Dit komt omdat [geïntimeerde] noch [onderneming] - in strijd met het bepaalde in artikel 2.25 lid 2 Wabo - melding had gedaan van het gegeven dat de omgevingsvergunning van [onderneming] in ieder geval vanaf 16 december 2014 ook voor [geïntimeerde] is gaan gelden. Als [geïntimeerde] en/of [onderneming] deze melding wel had(den) gedaan, had de Gemeente bekend kunnen zijn met het overtrederschap van [geïntimeerde] en zou de last ook aan [geïntimeerde] bekend zijn gemaakt. Dat [geïntimeerde] zich niet bekend heeft gemaakt en derhalve niet in de last is aangeschreven dient voor rekening en risico van [geïntimeerde] te komen. Bovendien was [geïntimeerde] wel bekend met de last onder bestuursdwang omdat, zoals reeds in eerste aanleg aangevoerd, [geïntimeerde] eigenaar is van kunststofverpakkingsmateriaal en een aantal machines, als huurster zeggenschap heeft over het deel van de inrichting waar het kunststofmateriaal is opgeslagen en op basis van een contractuele relatie met [onderneming] aan [onderneming] instructies kon geven over het afvoeren van het materiaal. Daarmee is [geïntimeerde] mededrijver van de inrichting geworden en kan zij om die reden als overtreder worden aangemerkt. Voorts was [geïntimeerde] via [betrokkene] bekend met de last geworden, nu de last rechtstreeks aan [betrokkene] ((indirect) bestuurder en aandeelhouder van zowel [onderneming] als van haar zustervennootschap [geïntimeerde] ) was geadresseerd. Na het faillissement van [onderneming] (8 juni 2015) is [geïntimeerde] de activiteiten die [onderneming] eerst ten behoeve van haar verrichtte, zelf gaan verrichten. Daarmee is volgens de Gemeente [geïntimeerde] de opvolger van [onderneming] geworden.