Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het tegen de beschikking invorderingsrente ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk;
- verklaart het hoger beroep voor het overige gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent het verzoek om een dwangsom en het verzoek om kwijtschelding;
- verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken van de Inspecteur;
- vermindert de aanslag tot een berekend naar een verzamelinkomen van € 37.717;
- bepaalt dat de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig wordt verminderd;
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 168 vergoedt, en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op, in totaal € 30,12.