ECLI:NL:GHSHE:2016:2343

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 juni 2016
Publicatiedatum
14 juni 2016
Zaaknummer
200.040.924_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake letselschade en kostenvergoeding tussen appellant en London Verzekeringen

Deze zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen London Verzekeringen inzake een letselschadegeschil. Het hof verwijst naar eerdere tussenarresten en behandelt onder meer de vraag of bij de vaststelling van het feitelijk inkomen van appellant ook werkzaamheden voor zijn zoon, waarvoor een persoonsgebonden budget (PGB) is toegekend, moeten worden betrokken.

Appellant is verzocht om gespecificeerd aan te geven vanaf wanneer het PGB is toegekend, welke zorgverleners of instanties vanuit het PGB worden betaald en welke aanvullende zorg of werkzaamheden hij zelf verricht. Tevens moet appellant reageren op de berekening van de wettelijke rente en de vraag of een aanvullend voorschot van €56.300,00 is ontvangen en hoe dit verrekend moet worden.

London Verzekeringen stelt dat de kosten van rapporten en medische advisering reeds zijn voldaan en overlegt een betalingsbewijs. Het hof gaat voorlopig uit van betaling van deze kosten, maar stelt appellant in de gelegenheid hierop te reageren. De zaak wordt aangehouden tot de indiening van deze reactie en verwezen naar de rol voor het nemen van een akte door appellant. London hoeft hierna niet meer te reageren.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en een reactie van appellant, waarna verdere beslissing volgt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.040.924
arrest van 14 juni 2016
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
London Verzekeringen N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr.drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 16 november 2010, 20 september 2011, 14 mei 2013, 19 november 2014, 4 maart 2014 en 22 december 2015 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 80773/HA ZA 07-529 gewezen vonnis van 15 oktober 2008.

24.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenarrest van 22 december 2015;
  • de memorie na tussenarrest van [appellant] met twaalf producties;
  • de antwoordmemorie na tussenarrest van London met een productie.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

25.De verdere beoordeling

25.1.
Bij genoemd tussenarrest is de zaak onder meer naar de rol verwezen om [appellant] in de gelegenheid te stellen te reageren op het verweer van London dat bij de vaststelling van het feitelijk inkomen van [appellant] ook gekeken moet worden naar werkzaamheden die op geld waardeerbaar zijn. In dat verband heeft London opgemerkt dat [appellant] mogelijk op geld waardeerbare werkzaamheden verricht ten behoeve van zijn zoon [kind 4] . Het hof heeft daarop [appellant] gevraagd om zoveel mogelijk gespecificeerd en met schriftelijke bescheiden onderbouwd aan te geven vanaf wanneer aan [kind 4] een PGB is toegekend als ook welke zorgverlener en/of zorginstantie vanuit het PGB van [kind 4] is én wordt uitbetaald. Voorts is [appellant] verzocht aan te geven welke zorg/werkzaamheden hij daarnaast voor [kind 4] verricht.
25.2.
Daarnaast is [appellant] gevraagd zich uit te laten over de berekening van de wettelijke rente door London (prod. 1 bij antwoordakte van 23 juni 2015) alsmede aan te geven of het juist is dat aan hem bij wege van aanvullend voorschot een bedrag van
€ 56.300,00 is overgemaakt en of de schadeposten f, g, en h (de kosten van de rapporten van Pasmans en De Bonth, de kosten van de medisch adviseur/medische informatie en de kosten van de actuariële berekeningen) buiten rechte zijn voldaan.
het aanvullend voorschot van € 56.300,00
25.3.
Wat betreft het bedrag van € 56.300,00 bevestigt [appellant] in zijn memorie dat hij dit bedrag inmiddels, en wel op 26 mei 2015, heeft ontvangen en dat dit verrekend dient te worden. Waarmee dit bedrag verrekend moet worden is volgens [appellant] onduidelijk, maar het lijkt erop dat er een algemeen voorschot van € 50.000,00 is bedoeld en nog eens het resterende smartengeld zoals door London berekend. Dus niet de kosten van Pasmans en De Bonth ad € 3.446,86, aldus [appellant] .
25.4.
London merkt ten aanzien van dit punt in haar antwoordmemorie op dat het niet juist is dat de kosten van Pasmans en De Bonth niet door haar zijn betaald. Zij heeft namelijk op 12 juni 2015 een bedrag van € 13.337,42 overgemaakt naar de derdenrekening van de advocaat van [appellant] . Dit bedrag betreft de kosten van Pasmans en De Bonth ad
€ 3.446,86 (post f in de schadeberekening van [appellant] , zie ook r.o 22.4 van het tussenarrest van 22 december 2015), de kosten van de medisch adviseur ad € 7.079,73 (post g) en de kosten van de actuariële berekening ad € 2.810,83. London heeft ter onderbouwing daarvan als productie 1 een printscreen van de betalingsopdracht overgelegd.
25.5.
Het hof overweegt als volgt.
Wat betreft de kosten van Pasmans en De Bonth ad € 3.446,86 (post f), de kosten van de medisch adviseur ad € 7.079,73 (post g) en de kosten van de actuariële berekening ad € 2.810,83 (post g) lijkt uit de door London overgelegde productie te volgen dat deze kosten op 12 juni 2015 door London zijn betaald. Op grond daarvan gaat het hof er met London vooralsnog vanuit dat ook de kosten van Pasmans en De Bonth zijn voldaan.
[appellant] heeft op genoemde productie echter nog niet gereageerd. Het hof zal [appellant] daartoe alsnog in de gelegenheid stellen. De zaak wordt daartoe naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan zijde van [appellant] . Van London wordt geen reactie meer verwacht.
25.6.
In afwachting van de door [appellant] te nemen akte wordt iedere verdere beoordeling aangehouden.

26.De uitspraak

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 12 juli 2016 voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellant] met een inhoud als hiervoor in r.o. 25.5 aangegeven;
verstaat dat van London geen reactie wordt verwacht;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en H.A.W. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 juni 2016.
griffier rolraadsheer