Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende verhuurt opslagruimten in twee panden aan particulieren en ondernemers, waarbij ook transportmiddelen en bewaking worden aangeboden. De vraag is of deze verhuur moet worden aangemerkt als vrijgestelde verhuur van onroerende zaken in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van verhuur van onroerende zaken, omdat de huurovereenkomst het exclusieve gebruik van een afgebakende ruimte regelt, ondanks beperkingen zoals openingstijden en aanvullende diensten. Het hof onderschrijft dit oordeel en verwijst naar het arrest Temco van het Europese Hof van Justitie, waarin verhuur wordt gedefinieerd als het recht op exclusief gebruik van onroerend goed voor een overeengekomen tijdsduur.
Het hof benadrukt dat de aanvullende diensten en beperkte toegangstijden niet afdoen aan het karakter van verhuur. De naheffingsaanslag omzetbelasting en de beschikking heffingsrente worden bevestigd, het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.