Uitspraak
[X] B.V.te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Gravenhagevan 1 februari 2013, nr. BK-11/00729, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende exploiteert kamers voor prostitutie en heeft hierover omzetbelasting betaald, maar verzocht om teruggaaf. Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de prestatie niet onder de vrijstelling van verhuur van onroerend goed valt, maar een belaste prestatie is van gelegenheid geven tot prostitutie.
Het hof baseerde zich op de exploitatievergunning en stelde dat belanghebbende meer doet dan alleen verhuur, mede door het inschakelen van een beheerder die toezicht, onderhoud en schoonmaak verzorgt. De Hoge Raad stelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze bijkomende werkzaamheden niet tot de verhuur van onroerend goed behoren.
De Hoge Raad benadrukt dat verhuur een passieve activiteit is en dat bijkomende werkzaamheden alleen tot een andere kwalificatie leiden als zij een meer dan bijkomstig karakter hebben. De omstandigheid van de exploitatievergunning leidt tot een vermoeden dat belanghebbende aan voorwaarden voldoet, maar het hof heeft niet duidelijk gemaakt wie de bijkomende werkzaamheden jegens de prostituees verricht.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, met de instructie dat alleen werkzaamheden die door de beheerder op eigen naam en rekening worden verricht niet tot de prestatie van belanghebbende behoren.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieberoep en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling over de kwalificatie van de prestatie voor de omzetbelasting.