Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteerde opslagbedrijven op twee locaties en verhuurde opslagruimten aan particulieren en ondernemers. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, stellende dat de verhuur belast was. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt dit oordeel.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verhuur van opslagruimten kwalificeert als verhuur van onroerende zaken in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet OB. Het Hof overweegt dat de huurovereenkomsten het exclusieve gebruik van een afgebakende ruimte geven, ondanks beperkingen zoals toegangstijden en aanvullende diensten zoals bewaking en beschikbaar stellen van transportmiddelen.
Het Hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europese Hof van Justitie, waaronder het arrest Temco, en concludeert dat de verhuur van de opslagruimten voldoet aan de definitie van verhuur van onroerende zaken. De bijkomende diensten zijn niet van dien aard dat het passieve karakter van verhuur verloren gaat. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.